De Ready-fase binnen het Microsoft Cloud Adoption Framework: je Azure Landing Zone goed neerzetten

Leestijd: 4 min

In het vorige blog over de Plan-fase hebben we uitgelegd hoe je van strategie naar een concrete migratieroadmap gaat. Je weet wat je gaat migreren, in welke volgorde en welke afhankelijkheden daarbij horen.
Maar voordat je ook maar één workload verplaatst, is er een stap die je absoluut niet mag overslaan: je Azure-omgeving moet klaar zijn om productie veilig en beheersbaar te draaien.
Dat is precies waar de Ready-fase binnen het Microsoft Cloud Adoption Framework (CAF) om draait.

Wat is de Ready-fase?

De Ready-fase is het moment waarop je de technische fundering legt voor je cloudomgeving. Microsoft noemt dit een Azure Landing Zone.
Een Landing Zone is niet simpelweg een paar resource groups, maar een complete basis die rekening houdt met:
Het doel is simpel: zorgen dat alles wat je later migreert, direct op de juiste manier landt.

Waarom is deze fase zo belangrijk?

Veel organisaties beginnen hun migratie door “even snel” een VM in Azure te plaatsen. Dat werkt… totdat de omgeving groeit.
Zonder goede basis krijg je al snel:
De Ready-fase voorkomt dat je later moet herbouwen terwijl je al in productie zit.

De Azure Landing Zone: schaalbaar vanaf dag één

Microsoft ontwikkelde het Landing Zone-concept omdat cloudomgevingen bijna altijd snel groeien. Een goede Landing Zone zorgt ervoor dat je:
De Ready-fase is dus niet alleen technisch, maar ook organisatorisch: je maakt keuzes die later het verschil maken.

1. Structuur: management groups en subscriptions

Een van de eerste keuzes is hoe je je Azure-omgeving structureert.
Microsoft adviseert vaak een indeling met:
Een veelvoorkomend patroon is:
Zo kun je kosten, rechten en policies beter scheiden.

2. Identity: Entra ID en RBAC

Identity is het hart van Azure.
In de Ready-fase bepaal je onder andere:
Daarnaast richt je Role-Based Access Control (RBAC) in volgens het principe van least privilege: gebruikers krijgen alleen de rechten die ze nodig hebben.

3. Netwerk: hub-spoke, routing en DNS

Netwerk is vaak het onderdeel waar de meeste fouten worden gemaakt, vooral in hybride omgevingen.
In de Ready-fase leg je het fundament:
Zo kun je later nieuwe workloads toevoegen zonder het netwerk opnieuw te moeten ontwerpen.

4. Security baseline: policies, Defender en logging

Security in Azure is geen stap voor later. Binnen CAF hoort security al bij de Ready-fase.
Denk aan:
Hiermee voorkom je dat je later tientallen resources moet corrigeren.

5. Monitoring en beheer

Een workload migreren naar Azure is één ding, maar hem stabiel beheren is iets anders.
Daarom richt je minimaal in:
Zo zorg je dat je niet alleen iets hebt draaien, maar het ook goed kunt beheren.

6. Standaarden: naming en tagging

Dit lijkt een detail, maar is cruciaal.
Zonder naming en tagging:
In de Ready-fase definieer je bijvoorbeeld:
Deze standaarden zorgen voor grip op schaal.

Output van de Ready-fase

Aan het einde van deze fase heb je:
En vooral: een omgeving waarin workloads veilig en gestructureerd kunnen landen.

Veelgemaakte fouten

In de praktijk zien we vaak deze valkuilen:
 
  • Landing Zone overslaan
    Dan moet je later alsnog herbouwen, terwijl workloads al draaien.
  • Te complex ontwerpen
    Niet elke organisatie heeft enterprise-complexiteit nodig,
  • Netwerk “later wel” regelen
    Netwerk wordt bijna altijd de grootste blocker als het niet goed is ingericht.
  • Geen standaardisatie
    Zonder naming en tagging wordt je omgeving snel onoverzichtelijk en duur.

Checklist: klaar voor de Adopt-fase?

Je bent klaar om te migreren als:

Tot slot

De Ready-fase vormt de fundering van je cloudomgeving. Een goede Landing Zone zorgt ervoor dat je migratie niet alleen snel verloopt, maar ook veilig, beheersbaar en schaalbaar blijft.
In het volgende blog gaan we verder met de Adopt-fase (Migrate): de fase waarin workloads daadwerkelijk naar Azure worden verplaatst.

Kies voor meer resultaat

Vragen? Deze beantwoorden we natuurlijk graag. Neem gerust contact met ons op!